© Pari-daeza

Fruit

Onderstammen fruitbomen

Vermeerdering   door   zaaien   geeft   zelden   een   goed   resultaat   bij   fruitgewassen.   Als   je   bijv.   een   appelzaadje   zaait   krijg   je nooit   een   boom   die   dezelfde   appels   geeft.   Daarom   worden   fruitbomen   geënt.   De   kweker   kiest   een   onderstam   op   basis   van de   groeieigenschappen   (zoals   geschikt   voor   zandgrond   of   juist   voor   kleigrond;   zwak   groeiend   of   sterk   groeiend   etc.)   en plaatst   daar   een   ent   op.   De   ent   is   een   takje   van   de   boom   die   goede   vruchten   geeft.   De   combinatie   is   dan   een   goede fruitboom:   de   voeding   wordt   verzorgd   door   de   onderstam   en   de   bloemen   en   vruchten   door   de   ent.   Soms   zijn   een   ent   en onderstam   niet   goed   verenigbaar.   De   kweker   kan   er   dan   voor   kiezen   een   tussenstam   te   gebruiken:   de   tussenstam   wordt   op de onderstam geënt en later de ent op de tussenstam. Vanwege   de   enorme   verschillen   in   groeikracht   van   de   onderstam   is   het   van   het   grootste   belang   een   boom   te   kiezen   met   de onderstam   die   geschikt   is   voor   de   plaats   (en   de   beschikbare   ruimte)   waar   je   hem   wilt   planten.   Onderstaand   is   een   tabel opgenomen   met   een   indicatie   van   de   groeikracht   van   verschillende   onderstammen.   Voor   een   kleine   tuin   is   dus   een   zwak groeiende   onderstam   belangrijk.   Bijkomend   voordeel   is   dat   zwak   groeiende   onderstammen   in   de   regel   ook   eerder   vrucht dragen dan sterk groeiende. De   Nederlandse Algemene   Keuringsdienst   (NAK)   certificeert   NL-kwekers.   Planten   van   deze   kwekers   krijgen   een   wit   of   oranje   label:   wit   bij   een   gecertificeerde   afkomst en   oranje   indien   de   plant   ook   gecertificeerd   virusvrij   is.   Op   beide   labels   staat   naast   de   naam   van   het   vruchtbomenras   (de   'ent')   ook   de   gebruikte   onderstam   en   evt. tussenstam.                   Vorige onderwerp Fruit     Volgende onderwerp
GROEIKRACHT VAN DIVERSE ONDERSTAMMEN   --------------------------------------------------------------------------------------- ----   SOORT   ONDERSTAM    GROEIKRACHT (%)   OPMERKINGEN   -------------------------------------------------------------------------------------------   Appel           Zaailing   100   voor hoogstam   A2   80     MM106   70   niet op natte bodem   M26   50   niet op natte bodem   M9   4 0   steun nodig   M27   30   minder winterhard   -------------------------------------------------------------------------------------------   PEER             Zaailing   100     Kwee BA29   70   gevoelig voor bacterievuur   Kwee A   60     Kwee Adams   55   voor arme bodem   Pyrodwarf 55   goed winterhard en productief   Kwee MC     voor leibomen, vorstgevoelig   Kwee C   50     -------------------------------------------------------------------------------------------   KERS               Limb. boskriek   100     F12/1   100     Colt   80   alle bodems   Weiroot 13   70   ook arme bodem   Weiroot 158   50     Gisela 6   50   alle bodems   Gisela 4   40     Gisela 5   33   steun nodig, rijke bodem   Gisela 3   25     -------------------------------------------------------------------------------------------   PRUIM       Zaailing   100   steile  groei   Brompton   90   steile groei   St Julien A   80   vroeg vruchtbaar   VSV - 1   60   ook voor droge bodem   VVA - 1   40   ook voor vochtige bodem   ---------------------------------------------------------------------------------------------
PARI-DAEZA De Verborgen Tuinen van Dick en Jeannette Vonhof
Pari-daeza
De Verborgen Tuinen van Dick en Jeannette Vonhof

© Pari-daeza

Fruit

Onderstammen fruitbomen

Vermeerdering    door    zaaien    geeft    zelden    een    goed    resultaat    bij fruitgewassen.   Als   je   bijv.   een   appelzaadje   zaait   krijg   je   nooit   een boom    die    dezelfde    appels    geeft.    Daarom    worden    fruitbomen geënt.     De     kweker     kiest     een     onderstam     op     basis     van     de groeieigenschappen   (zoals   geschikt   voor   zandgrond   of   juist   voor kleigrond;   zwak   groeiend   of   sterk   groeiend   etc.)   en   plaatst   daar een   ent   op.   De   ent   is   een   takje   van   de   boom   die   goede   vruchten geeft.    De    combinatie    is    dan    een    goede    fruitboom:    de    voeding wordt   verzorgd   door   de   onderstam   en   de   bloemen   en   vruchten door     de     ent.     Soms     zijn     een     ent     en     onderstam     niet     goed verenigbaar.   De   kweker   kan   er   dan   voor   kiezen   een   tussenstam   te gebruiken:   de   tussenstam   wordt   op   de   onderstam   geënt   en   later   de ent op de tussenstam. Vanwege   de   enorme   verschillen   in   groeikracht   van   de   onderstam is    het    van    het    grootste    belang    een    boom    te    kiezen    met    de onderstam    die    geschikt    is    voor    de    plaats    (en    de    beschikbare ruimte)    waar    je    hem    wilt    planten.    Onderstaand    is    een    tabel opgenomen   met   een   indicatie   van   de   groeikracht   van   verschillende onderstammen.   Voor   een   kleine   tuin   is   dus   een   zwak   groeiende onderstam   belangrijk.   Bijkomend   voordeel   is   dat   zwak   groeiende onderstammen   in   de   regel   ook   eerder   vrucht   dragen   dan   sterk groeiende. De   Nederlandse   Algemene   Keuringsdienst   (NAK)   certificeert   NL- kwekers.   Planten   van   deze   kwekers   krijgen   een   wit   of   oranje   label: wit   bij   een   gecertificeerde   afkomst   en   oranje   indien   de   plant   ook gecertificeerd   virusvrij   is.   Op   beide   labels   staat   naast   de   naam   van het   vruchtbomenras   (de   'ent')   ook   de   gebruikte   onderstam   en   evt. tussenstam.                   Vorige onderwerp Fruit     Volgende onderwerp
GROEIKRACHT VAN DIVERSE ONDERSTAMMEN   --------------------------------------------------------------------------------------- ----   SOORT   ONDERSTAM    GROEIKRACHT (%)   OPMERKINGEN   -------------------------------------------------------------------------------------------   Appel           Zaailing   100   voor hoogstam   A2   80     MM106   70   niet op natte bodem   M26   50   niet op natte bodem   M9   4 0   steun nodig   M27   30   minder winterhard   -------------------------------------------------------------------------------------------   PEER             Zaailing   100     Kwee BA29   70   gevoelig voor bacterievuur   Kwee A   60     Kwee Adams   55   voor arme bodem   Pyrodwarf 55   goed winterhard en productief   Kwee MC     voor leibomen, vorstgevoelig   Kwee C   50     -------------------------------------------------------------------------------------------   KERS               Limb. boskriek   100     F12/1   100     Colt   80   alle bodems   Weiroot 13   70   ook arme bodem   Weiroot 158   50     Gisela 6   50   alle bodems   Gisela 4   40     Gisela 5   33   steun nodig, rijke bodem   Gisela 3   25     -------------------------------------------------------------------------------------------   PRUIM       Zaailing   100   steile  groei   Brompton   90   steile groei   St Julien A   80   vroeg vruchtbaar   VSV - 1   60   ook voor droge bodem   VVA - 1   40   ook voor vochtige bodem   --------------------------------------------------------------------------------------------- Homepage Planten Tuinwerk
Planten en tuinwerk Planten en tuinwerk