© Pari-daeza

Benamingen delen boom

1 . Scheut : zacht, nog niet verhout 1-5 maanden oud 2 . Twijg : verhout, 1-jarig, scheut van vorig jaar 3 . Tak : verhout, 2- of meerjarig 4 . Gesteltak : takken die het geraamte vormen van de boom 5 . Verlengenis : scheut of twijg in verlengde van harttak of gesteltak 6 . Ligger : horizontale gesteltak 7 . Harttak : de centrale, snelstgroeiende tak 8 . Stam : hout tussen wortelgestel en gesteltakken 9 . Ent : plaats waar de boom met de onderstam is verbonden 1 0 . Onderstam : gekozen om de groei van de boom te beïnvloeden 1 1 . “Kapstok”:  verkeerd gesnoeide dikke tak 1 2 . Vruchtzetel : kort teruggesnoeide twijg of tak met één of meerdere bloemknoppen     1.Lange vruchttak             a. Langlot             b. Kortlot             c. Saptrekker 2.   Korte vruchttak 3.   Spoor 4.   Vruchtbeurs (aanhechting vrucht vorig jaar) 5.   Tuiltje 6.   Vruchttwijg 7.   Houttwijg   1 . Bladknop: platliggende spitse knop 2 . Eindknop: knop (meestal bladknop) aan einde twijg 3 . Bloemknop: bolle knop 4 . Slapende knop: hele kleine knop die alleen uitloopt bij zwaar terugnemen (bij  takkrans en langs stam en takken)   N.B.: Een houtscheut of –twijg: heeft alleen spitse bladknoppen. Een vruchtscheut of –twijg: heeft (ook) bolle bloemknoppen. Een trekkende scheut of saptrekker: de aangehouden scheut op een vruchtzetel, die de sapstroom naar de gehele vruchtzetel op gang houdt. Dominantie van de eindknop: de eindknop maakt een stofje aan dat verhindert dat de knoppen onder de eindknop niet of niet zo makkelijk uitlopen. Te vroege scheuten of dieven: nieuwe zijscheuten die ontstaan in de bladoksels na het nijpen van  scheuten.

Vorige onderwerp snoeien

Volgende onderwerp snoeien

PARI-DAEZA De Verborgen Tuinen van Dick en Jeannette Vonhof
Pari-daeza
De Verborgen Tuinen van Dick en Jeannette Vonhof

© Pari-daeza

Benamingen delen boom

1 . Scheut : zacht, nog niet verhout 1-5 maanden oud 2 . Twijg : verhout, 1-jarig, scheut van vorig jaar 3 . Tak : verhout, 2- of meerjarig 4 . Gesteltak : takken die het geraamte vormen van de boom 5 . Verlengenis :    scheut    of    twijg    in    verlengde    van    harttak    of gesteltak 6 . Ligger : horizontale gesteltak 7 . Harttak : de centrale, snelstgroeiende tak 8 . Stam : hout tussen wortelgestel en gesteltakken 9 . Ent : plaats waar de boom met de onderstam is verbonden 1 0 . Onderstam :     gekozen     om     de     groei     van     de     boom     te beïnvloeden 1 1 . “Kapstok”:  verkeerd gesnoeide dikke tak 1 2 . Vruchtzetel :    kort    teruggesnoeide    twijg    of    tak    met    één    of meerdere bloemknoppen     1.Lange vruchttak             a. Langlot             b. Kortlot             c. Saptrekker 2.   Korte vruchttak 3.   Spoor 4.   Vruchtbeurs (aanhechting vrucht vorig jaar) 5.   Tuiltje 6.   Vruchttwijg 7.   Houttwijg   1 . Bladknop: platliggende spitse knop 2 . Eindknop: knop (meestal bladknop) aan einde twijg 3 . Bloemknop: bolle knop 4 . Slapende    knop:    hele    kleine    knop    die    alleen    uitloopt    bij zwaar terugnemen (bij  takkrans en langs stam en takken)   N.B.: Een houtscheut of –twijg: heeft alleen spitse bladknoppen. Een vruchtscheut of –twijg: heeft (ook) bolle bloemknoppen. Een   trekkende   scheut   of   saptrekker:   de   aangehouden   scheut   op een   vruchtzetel,   die   de   sapstroom   naar   de   gehele   vruchtzetel op gang houdt. Dominantie   van   de   eindknop:   de   eindknop   maakt   een   stofje   aan dat   verhindert   dat   de   knoppen   onder   de   eindknop   niet   of   niet zo makkelijk uitlopen. Te   vroege   scheuten   of   dieven:   nieuwe   zijscheuten   die   ontstaan   in de bladoksels na het nijpen van  scheuten.

Vorige onderwerp snoeien

Volgende onderwerp snoeien

Homepage Planten Tuinwerk
Planten en tuinwerk Planten en tuinwerk